Het is niet voor niets dat we zeggen “It takes a village to raise a child”.  Vroeger deden ze dat effectief zo, allemaal samen. Een concept dat alloparenting genoemd wordt. 

Wat is Alloparenting?  

Het is in 1975 dat de sociobioloog Edward Wilson het begrip van “alloparenting” voor het eerst beschreef. Alloparenting is een systeem van opvoeden waarbij individuen anders dan de ouders ook opvoedkundige taken vervullen.

Het idee achter het begrip is dat verschillende volwassenen een deel van de rol van de ouders kunnen opnemen, zoals een kindje vasthouden & troosten, voeden, baden, beschermen,…

De mens maakt deel uit van de 3% van de zoogdiersoorten voor dewelke alloparenting de norm is. Jonge mensen hebben inderdaad een groep zorgfiguren nodig: een coöperatief opvoedingssysteem. Omdat wij meer dan andere alle primaten veel intensiever & veel langer moeten zorgen voor onze kinderen. We hebben een veel langere kinder- en pubertijd. Menselijke baby’s worden zeer prematuur geboren in vergelijking met andere primaten; zij kunnen niet stappen, kunnen hun weinig doen om zichzelf te voeden, … daarnaast duurt het jaren eer ze de emotionele & cognitieve vaardigheden ontwikkelen om zelfstandig in onze maatschappij te kunnen functioneren. Niet-ouderlijke zorgfiguren zijn daarom nodig om reproductie en opvoeding te garanderen.

Er wordt zelfs geschreven in verschillende artikels dat alloparenting een kritisch onderdeel zou zijn van de overleving van de mens. Zonder alloparenting hadden wij het mogelijks als soort niet overleefd. Alloparenting is dus geen “nice-to-have” maar een “have-to-have” zoals Yael & Rebecca het beschrijven in hun artikel in de Behavioural Scientist.

De voordelen?

De voordelen voor ons als ouder zijn heel duidelijk. Maar wist je dat er ook heel wat voordelen zijn voor de kindjes?

Onderzoek toont aan dat kinderen baat hebben zich te hechten aan verschillende zorgfiguren. Door relaties aan te gaan met volwassenen buiten hun nucleaire familie, worden zij blootgesteld aan andere standpunten, levensvisies en verwachtingen. Door het onderhouden van verschillende sociale interacties hebben ze ook meer kans aan al hun noden te voldoen, verschillende delen van hun persoonlijkheid te ontdekken en talenten te ontwikkelen.

Ander onderzoek toont aan dat sociale familiale steun kindje’s ontwikkeling bevorderd. Diana Divecha schrijft in haar artikel dat de aanwezigheid van eender welke ondersteunende volwassene één van de grootste predictor is van een kindje’s veerkracht tijdens een traumatische gebeurtenis.

Ook postpartum depressies zijn minder frequent wanneer vrouwen omringd zijn door een ondersteunende omgeving na de geboorte. Een studie van 2006 toonde aan dat de meest behulpzame slaap interventie het feit er met iemand over te kunnen spreken was. Steun dus. Andere studie van 2020 toonde aan dat alloparenting geassocieerd was met 15% minder hospitalisaties waren gedurende de eerste 3 maanden van een baby’s.

Wie helpt ons dan?

Vroeger maakten familie & andere volwassenen van de tribe of village deel uit van dit gedeelde zorgsysteem; zussen, onkels, tantes, nichtjes, grootouders, …

Vandaag leven we als sociale soort in een zeer geïsoleerde maatschappij. We leven als nuclaire families elk in een eigen huisje, vaak met 2 werkende ouders, grootouders die mogelijks zelf nog aan het werk zijn, op (soms honderden of duizenden) kilometers van elkaar. Het idee dat elke nucleaire familie zijn eigen boontjes moet kunnen dippen zonder externe hulp, draagt bij aan een ongeziene druk op de ouders, en kan leiden tot verhoogde cijfers van depressie & angst zowel bij ouders als kinderen.

Waar kunnen wij vandaag dan zo’n gedeeld zorgsysteem vinden? Kan je voor één of andere reden niet bij je familie terecht, is het mogelijk in te zetten op babysits, opvang, naschoolse activiteiten, buren, vrienden, families van schoolvriend(innet)jes, locale oudergroepen, familiehulp…

Conclusie

Voor één of andere reden hebben vele ouders vandaag het idee dat ze alles zelf & alleen moeten doen. Sommige mama’s vinden het erg moeilijk de zorg te delen met buitenstaanders, of zelfs hun partner. Omdat ze denken dat ze nodig zijn, omdat het gemakkelijker gaat wanneer ze het zelf doen, omdat de andere zorgfiguren het niet op dezelfde manier doen.

We zijn niet gemaakt om het helemaal alleen te doen. Sterker nog, we zouden het als soort niet overleven op deze manier.

De zorg van je kindje delen met andere vertrouwde zorgfiguren heeft voordelen voor de ouder, en het kind. Deze figuren betrekken lukt het gemakkelijkst voor de 6 maanden van de baby, omdat ze dan meestal nog niet discrimineren tussen zorgfiguren. Is jouw kindje al wat ouder? Geen paniek. Je kan nog steeds nieuwe zorgfiguren betrekken bij de dagelijkse zorg en/of slaap. Laat ze elkaar rustig leren kennen, geef ze wat ruimte daarvoor, aanvaard de emoties die daar eventueel mee loskomen & vertrouw erop dat ze samen hun weg zullen vinden.

 

Liefs,

Anouk

Blogpost origineel aangemaakt en gedeeld op Mamaplaats.

 

Referenties :

How ‘alloparenting’ can be a less isolating way to raise kids, Elissa Strauss, CNN, 2021
More than just mothers: The neurobiological and neuroendocrine underpinnings of allomaternal caregiving E.R.GlasperabW.M.KenkelcJ.BickdeJ.K.Rillingfgh,i2019
Alloparenting, Emmott & E. Page, 2019
The Pandemic Should Encourage a New Alloparenting Future, By Yael Schonbrun and Rebecca Schrag Hershberg May 17, 2021
How Alloparents Can Help You Raise a Family. You don’t have to parent alone. Children and families can benefit from a community of loving caregivers. BY DIANA DIVECHA | JUNE 16, 2021